Types van AHH

 

De Altdeutscher Hütehund is een hondenras met verschillende varianten. Ze zijn ingedeeld op kleur, functie en gebied van oorsprong. Hier onder zullen we alle varianten bespreken:

Fuchs


Altdeutscher Fuchs:
Onder Füchsen vallen alle Altdeutschen Hütehunden die een rode of roodbruine vacht hebben. Zwarte maskers, kraag of zadel komen voor net als witte aftekeningen op de borst en poten. Füchse zijn zeer harde werkers, rap en wendig, een snelle volhardende intelligente waker. Ze worden onderscheiden door hun regionale afkomst en gebruiksdoel:


Mitteldeutscher/Ostdeutscher Fuchs:
http://www.a-a-h.de/niedersachsen/Kalender/Februar.jpg
Een slanke, goed geproportioneerde hond met gespierde, bijna vierkante lichaamsbouw, met een schofthoogte rond de 55 cm. Volhardende draver met zeer goede werkeigenschappen, rib of dijbeen beet. Ze zijn fijner gebouwd dan de zuidduitse variant. De kop is droog, een niet te brede schedel met een goed ontwikkelde stop en uitgesproken achterhoofdsbeen. De oren zijn middelgroot, een klein driehoekig ogend en niet te eng aangezet, meestal staande oren, maar ook tippende oren zijn mogelijk. De snuit stomp en spits ogend met schaargebit.
De neus is zwart en de lippen donker gepigmenteerd. De ogen zijn groot, rond tot amandel vormig en recht geplaatst, de kleur is fel tot donker amber en de oogleden zijn zwart. Ze moeten een alerte blik hebben. De voor en achterbenen zijn recht, de gewrichten goed gehoekt. De poten zijn stevig en rond. De rug is recht, de ribben zijn licht gewelfd, de borstkast is bij de lende matig opgetrokken. De staart is lang, licht gebogen, dicht en lang behaard. Dubbele vacht met zachte onderwol, in de hals en borst zowel als op de poten bijzonder dik en lang.
Vachtkleur varieert van blond tot donkerrood met of zonder zwart masker, donkere zadelrug of gestroomlijnd is mogelijk, ook lichte maskers en aftekeningen zijn mogelijk.
De 3 kleurvarianten van de middenduitse Hütehunde (Schwarzer, Gelbbacke en Fuchs) mogen onderling verpaart worden en kunnen gezamenlijk in een nest voorkomen.


Harzer Fuchs:
De harzer fuchs heeft een grote populariteit verkregen door de inbreng van een privé fokker. Deze oorspronkelijke Koeien hond voor de Harzer Rotviehs (een koeien ras) is inmiddels ver verspreid. Voor de schaapherder is het onbelangrijk of hij de variant fuchs of harzer fuchs noemt en daarom worden de honden die nog in Harz werken of voorouders die uit dit gebied afstammen tot de harzer fuchs gereken. De Overige honden worden gewoon met (altdeutschen) Fuchs beschreven.

Gelbbacke


Mitteldeutsche/Ostdeutsche Gelbbacken:
Slanke, goed geproposioneerde honden met gespierde, bijna vierkante lichaamsbouw, met een schofthoogte rond de 55 cm. Volhardende draver met zeer goede werkeigenschappen, rib of dijbeen beet. Ze zijn fijner gebouwd dan de zuidduitse variant. De kop is droog, een niet te brede schedel met een goed ontwikkelde stop en uitgesproken achterhoofdsbeen. De oren zijn middelgroot, een klein driehoekig ogend en niet te eng aangezet, meestal staande oren, maar ook tippende oren zijn mogelijk. De snuit stomp en spits ogend met schaargebit.
De neus is zwart en de lippen donker gepigmenteerd. De ogen zijn groot, rond tot amandel vormig en recht geplaatst, de kleur is fel tot donker amber en de oogleden zijn zwart. Ze moeten een alerte blik hebben. De voor en achterbenen zijn recht, de gewrichten goed gehoekt. De poten zijn stevig en rond. De rug is recht, de ribben zijn licht gewelfd, de borstkast is bij de lende matig opgetrokken. De staart is lang, licht gebogen, dicht en lang behaard. Dubbele vacht met zachte onderwol, in de hals en borst zowel als op de poten bijzonder dik en lang.
 De Oost-Duitse Gelbbacke is een meest verspreiden variant van de altdeutschen in de nieuwe bondslanden, omdat het een dergelijk uitgesproken goede werker is. Het gaat hierbij om honden met Swart langstockhaar en duidelijke roden, gelen of bruine aftekeningen boven de ogen, op de wangen en op de poten. De aftekening boven zijn ogen bracht hem de bijnaam “vieroog”. Deze honden gebruiken meestal een dijbeen beet en zijn zeer vurig, robuust en hard.
De 3 kleurvarianten van de middenduitse Hütehunde (Schwarzer, Gelbbacke en Fuchs) mogen onderling verpaart worden en kunnen gezamenlijk in een nest voorkomen.


Süddeutsche Gelbbacken
http://www.a-a-h.de/module/gallerien/gross/Gelbbacke_7_070226160957.jpg
In het zuiden van Duitsland zien de Gelbbacken er heel verschillend uit. Over het algemeen worden in ze in het zuiden beschreven als; honden met een donkere; zwarte of bruine vacht met in de buurt van de kop en borst, gele of bruine aftekeningen. Zo heb je in Baden-Württemberg een variant van de Oost-Duitse gelbbacke die op het eerste gezicht erg lijkt maar oren heeft als een collie. In Raum Zolleralp werken langstockharige gelbbacken die een beetje aan een hovawart doen denken. Westfälische herders werken vaak met Gelbbacken die stockharig zijn en die er als kleine krachtige Duitse herders uitzien. In zo lopen er in het zuiden ook nog Gelbbacke rond die je onder de Strobel zou scharen. Deze grote verschillen zie je natuurlijk ook terug in karakter en beet voort waardoor een algemene beschrijving niet mogelijk is.

Schwartzer:


Onder de Schwartzer vallen alle zwart kleurige meestal langstockharige honden. Net als bij de andere varianten zijn ook deze honden nogal veelzijdig in hun lichaamsbouw en uiterlijk. Met staande op tippende oren, lichte of donkere ogen, voor de herder onderscheid hij zich door zijn gespierdheid, werkwilligheid en de zekere maar schadeloze beet. De Schwartzer is op te delen in 2 soorten:


De Süddeutsche Schwarze:
http://www.a-a-h.de/bilder/schlaege_schwarzsued.jpg
De zuidduitse Schwarze altdeutscher onderscheid zich duidelijk van de Oostduitse Schwarzen. Deze variant van de altdeutscher Hütehunden komt tegenwoordig uitsluitend nog in Württemberg en Franken voor. Het is een van de klassieke varianten van de zuidduitse reizende herder.
De zuidduitse Schwartzer heeft een schofthoogte van 65 cm of hoger. Zijn postuur is licht rechthoekig, zijn beenderbouw is zeer afgewogen. Het zijn werkers die druk uitoefenen op de kudde meet een rib of nekbeet. De kop is droog en krachtig, zijn schedel niet de breed met een goed ontwikkelde stop en achterhoofdsbeen. Ze hebben meestal gemiddelde grote tippende of hangende oren. De ogen zijn rond tot amandelvormig met een felle tot donkere amberkleur en een alerte blik. De poten zijn recht en goed gehoekt de voeten zijn stevig en rond. De rug is recht, de ribben zijn licht gewelfd, de borstkast is bij de lende matig opgetrokken. Zowel stockhaar als langstockhaar, gekruld en ruwhaar zijn mogelijk.
Van middelbaar temperament werd en word deze hond niet alleen hoederhond maar ook als bewaker en beschermer van de herder en de kudde ingezet. Deze honden bezitten een aangeboren natuurlijk instinct. Zijn zelfstandigheid maakt het voor hem mogelijk om herkennen en eigenhandig op te lossen. Deze grote schwartzer gebruikt zijn rib -nek beet maar zelden.


Mitteldeutsche/Ostdeutsche Schwarze:
http://www.a-a-h.de/bilder/schlaege_schwarzost.jpg
Slanke, goed geproposioneerde honden met gespierde, bijna vierkante lichaamsbouw, met een schofthoogte rond de 55 cm. Volhardende draver met zeer goede werkeigenschappen, rib of dijbeen beet. Ze zijn fijner gebouwd dan de zuidduitse variant. De kop is droog, een niet te brede schedel met een goed ontwikkelde stop en uitgesproken achterhoofdsbeen. De oren zijn middelgroot, een klein driehoekig ogend en niet te eng aangezet, meestal staande oren, maar ook tippende oren zijn mogelijk. De snuit stomp en spits ogend met schaargebit.
De neus is zwart en de lippen donker gepigmenteerd. De Ogen zijn groot, rond tot amandel vormig en recht geplaatst, de kleur is fel tot donker amber en de oogleden zijn zwart. Ze moeten een alerte blik hebben. De voor en achterbenen zijn recht, de gewrichten goed gehoekt. De poten zijn stevig en rond. De rug is recht, de ribben zijn licht gewelfd, de borstkast is bij de lende matig opgetrokken. De staart is lang, licht gebogen, dicht en lang behaard. Dubbele vacht met zachte onderwol, in de hals en borst zowel als op de poten bijzonder dik en lang.
De vachtkleur is puur zwart, kleine witte aftekeningen aan de borst en poten zijn toegestaan.
De 3 kleurvarianten van de middenduitse Hütehunde (Schwarzer, Gelbbacke en Fuchs) mogen onderling verpaart worden en kunnen gezamenlijk in een nest voorkomen.

Tiger


http://www.a-a-h.de/module/gallerien/gross/Tiger3_070226172722.jpg
Onder de Tiger worden alle honden met een merle-factor verstaan. Deze honden hebben een gevlekt vachtpatroon. Ook de gestroomlijnde en gespikkelde honden vallen onder de Tiger.
Het oorspronkelijke gebied van de Tiger licht in het zuidduiste Raum. In deze kleurvariant word onderscheid gemaakt tussen; Grautiger (grijs/zwart), Rottiger (bruin/zwart) en Weißtiger (wit/zwart) of 3 kleurige (grijs/zwart met tan aftekeningen) Witte aftekeningen kunnen voorkomen en kom je dikwijls tegen.
Zo verschillend als de kleur zijn ook de vacht en beet van de Tiger: Er zijn ruw, glad, kort of langstockharige en gekrulde honden met staande of tippende oren en een nek – rib – of dijbeen beet. De schofthoogte is van 50 tot 65 cm hoog. De oogkleur gaat van licht tot donker bruin maar ook blauwe ogen zijn mogelijk. Het bijzondere vachtpatroon van de Tiger ontstaat door het Merle-gen. Hierdoor worden Tigers niet met elkaar verpaart om gezondheidsrisico’s te voorkomen. (hierover binnenkort meer)
Ook bij de karakterbeschrijving is deze variant niet vast te pinnen. Herkomst en bloedlijnen zijn hierin – net als bij alle andere AHH’s – belangrijker dan de variant. Over het algemeen zijn Tigers erg werkwillige honden met een enorme hoeddrift. In bepaalde lijnen komen honden voor met een uitgesproken vurigheid.

Strobel


http://www.a-a-h.de/module/gallerien/gross/Strobel_1_070226173238.jpg
Een Hütehund van zeer uitgewogen proporties. Schofthoogte rond de 60 cm met een zwarte licht golvende, krullende vacht, Gelbbacke en Tiger zijn ook mogelijk. Zijn rechthoekige lichaamsbouw, sterke beenderbouw zonder zware, sterke rechte rug. Poten recht en parallel met goede hoekingen. Ribben licht gewelfd, de borstkast is bij de lende matig opgetrokken. Staart lang en licht gebogen. Kop en snuit ongeveer even lang, duidelijke stop. Kraag krachtig en dicht behaart, vacht op de kop maar van gemiddelde lengte. Neus zwart. Ogen liever rond, donker of licht met een wakkere blik. De middelgrote hangoren zijn aangezet aan de zijkant.
Rib- of nek beet.
De Strobel is een typisch schaapshond in Baden Württemberg en Bayern. Ze hebben een hoog natuurlijk instinct. Ze zijn zeer zelfstandige werkers, hun lichaamsbouw en vacht is optimaal voor een ruw landschap.

Schafpudel


http://www.a-a-h.de/bilder/schlaege_schafpudel.jpg
Schafpudel- ook Hütepudel genoemd – zijn langharige herdergebruikshonden van middelmatige grote. De schafpudel is een zeer elegante en soepele verschijning. Ze zijn wendig, ijverige en hebben een zeer opmerkzaam vlijtig en ruime gang, dat door de lange vacht bijzonder getoond wordt. De lichaamsbouw is rechthoekig, smal en zeer gesierd, de rug is recht. Het borstbeen is bij de Lende omhooggetrokken, de poten zijn recht en goed gehoekt. De staart is langen licht gebogen of kort (stumper). De kop lijkt groot en rond door de lange vacht, die ook de ogen bedekt. Hij is maar matig breed met een uitgesproken stop, snuit en kop zijn ongeveer even lang. De oren zijn aangezet aan de zijkant, afgerond en worden meestal hangend op als tippende oor gedragen. De ogen zijn groot en rond, de oogleden donker, de oogkleur is meestal donker met een zeer vriendelijke en wakkere uitdrukking. De vacht is lang met veel fijne onderwol, dat de neiging heeft te vervilten. Er zijn veel verschillende kleuren; van puur zwart, blauwgrijs, grijs, gebrokenwit en wit. Af en toe zijn er ook honden met een donker masker en donkere oren. De Schafpudel is een temperamentvolle, intelligente en vriendelijke hond met een uitgesproken werkwilligheid.

Stumper


http://www.a-a-h.de/module/gallerien/gross/Stumper_1_070226170617.jpg
Onder de Stumper vallen de Altdeutschen Hütehunde die zonder of met een verkorte staart geboren worden. Ze kunnen in iedere variant van de AHH’s voorkomen. De verkorting van de staart wordt veroorzaakt door een genetisch defect.
Stumpers zijn volledig gezonde honden en de verkorte staart stoort hun niet in het dagelijks leven. Als je met deze honden wil fokken is het van belang dat de partner wel een volledig volgroeide staart heeft, omdat er anders wel gezondheidsproblemen bij de nakomelingen kunnen ontstaan. Er ontstaat dan een levens bedrijgende factor voor de pups, deze kunnen of dood geboren worden of hebben een dergelijk erge schaden dat ze niet levensvatbaar zijn. De verparing van Stumper x Stumper is verboden (Duitsland).

Vertaald door: Lisette Hensgens
Bron: website AAH